Rijnlandgeschiedenis.nl gebruikt cookies om bezoek te meten en om het voor bezoekers mogelijk te maken informatie op deze website te delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

Accepteer cookies
Menu
Rijnlandse Geschiedenis streeft naar meer historische samenhang en kennisuitwisseling in de regio.

Besprekingen & rapportages

Volgende

Artikelen

Kasteel Rosenburg te Voorschoten

Rosenburg werd voor het eerst in 1285 als munitionis vermeld, een zwaar verdedigbaar kasteel, en was toen gedeeld eigendom van graaf Floris V en Dirk II van Wassenaer. In de jaren daarna werd Rosenburg eigendom van een jongere tak van de Van Wassenaers. In 1351 werd Rosenburg door graaf Willem V belegerd en vermoedelijk ook afgebroken. Daarna werd Rosenburg het eigendom van diverse rijke burgers. Een ingemetselde steen vermeldde dat Rosenburg in 1573 door Leidse burgers was vernield en in 1607 werd hersteld door zijn nieuwe eigenaar Adriaan van Ylem. In 1657 kreeg eigenaar Jacobus Maestertius flinke ruzie met ambachtsheer Arent VIII van Duivenvoirde omdat hij Rosenburg ridderhuyse had genoemd. In 1707 wordt admiraal Jan Gerrit van Wassenaer eigenaar van Rosenburg. Hij gaat over tot complete herbouw. In de periode 1711 - 1714 overlijden echter zijn echtgenote en drie kinderen; alleen zijn oudste kind blijft in leven. Jan Gerrit raakte hierdoor in ‘grote malaise’ en werd een veelvraat met als gevolg hevige pijnen. In de nacht van 29 oktober 1723 werd de beroemde medicus Boerhaave opgeroepen; hij constateerde een gescheurde slokdarm. De volgende dag overleed Jan Gerrit. De erfgenamen lieten daarop de nog nieuwe buitenplaats tot de grond toe afbreken. Tegenwoordig is op het terrein een kinderboerderij gehuisvest. Noot: Eerder verscheen op onze website 'Een vergeten stukje Rosenburg' dat gaat over de gevelsteen op een Heerenhuis in Katwijk.


Vereniging: Derden
Auteur: Piet van der Plas

De andere kant van het verleden van Rijnland. Een schets van verbindingen met kolonialisme en slavernij.

Ramackers plaatst de slavernij in het bredere kader van kolonialisme. Daardoor komen niet alleen de WIC en 'de West' aan de orde, maar ook de VOC en 'de Oost', zoals ook in het Leidse (voor)onderzoek gebeurde. Dat de Leidse verbindingen veel sterker bleken dan menigeen dacht, is eigenlijk niet vreemd voor een stad die bestuurders leverde voor WIC en VOC. Maar er zijn ook verbindingen met Rijnland. Zo zijn enkele van de vroegste investeerders in de WIC te vinden in Koudekerk en Warmond, dragen plantages en forten namen als Katwijk en Noordwijk, is er een VOC-schip met de naam Keukenhof en is het buiten Berbice in Voorschoten vernoemd naar de plantagekolonie waar de eigenaren hun fortuin vergaarden. Interessant is ook dat ruim 13.000 Rijnlanders in VOC-dienst zijn gegaan. Weliswaar kwamen er 10.000 uit Leiden, maar de rest uit alle Rijnlandse plaatsen, met Katwijk (555), Alphen aan den Rijn (356) en Noordwijk (264) als belangrijkste. De koloniale wereld met haar slavernij was misschien helemaal niet zo ver weg. Ramackers eindigt met de Indonesische Onafhankelijkheidstrijd (spotlight op Leiden en Leiderdorp) en de (her)ontdekking in de Leidse UB van de 'Wij slaven van Suriname' van Anton de Kom. Het artikel is een verkenning, stipt veel dingen aan en stimuleert hopelijk tot verder onderzoek.


Vereniging: Stichting Historische Publicaties Holland-Rijnland
Auteur: Sjoerd Ramackers
Oorspronkelijke publicatie: www.rijnlandgeschiedenis.nl

Volgende