Rijnlandgeschiedenis.nl gebruikt cookies om bezoek te meten en om het voor bezoekers mogelijk te maken informatie op deze website te delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

Accepteer cookies
Menu
Rijnlandse Geschiedenis streeft naar meer historische samenhang en kennisuitwisseling in de regio.

Nieuws

Nieuwe straatnaam in Koudekerk: J.G. van der Stoopweg 

25 aug 2018 - Aan het eind van de Hoogewaard op de plek van de vroegere Agrifirm en de toenmalige buitenplaats Meerwijk verrijzen diverse nieuwe panden op het Industriegebied van Koudekerk. De bedrijfspanden zijn ontsloten door een nieuwe weg. In overleg met de gemeente heeft het HGK een nieuwe straatnaam bedacht: J.G. van der Stoopweg. Wie was deze Jan George van der Stoop? In 1799 komt hij ter wereld in Berbice; een Nederlandse kolonie aan de noordkust van Zuid-Amerika (Guyana) met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam.  Als hij in Koudekerk gaat wonen in 1829, staat hij al te boek als rentenier. Hij koopt buitenplaats Meerwijk voor 11.000 gulden. Deze buitenplaats, die al in 1681 bestaat, zal in het midden van de 19de eeuw worden afgebroken. In 1837 laat Jan George een nieuwe kalkbranderij bouwen naast zijn buitenplaats. Deze kalkbranderij met zijn vier karakteristieke schoorstenen, eveneens genaamd Meerwijk, wordt na ca. 130 jaar in 1965 gesloopt.  In 1840 koopt Jan George ook de pannen-en tegelfabriek ‘Paanderen’ aan de Hoogewaard in Koudekerk die hij zes jaar later weer verkoopt aan de heer Wernink die deze op zijn beurt jaren later weer verkoopt aan de gebroeders Oppelaar. Naast zijn industriële werkzaamheden is hij ook werkzaam (1833-1847) voor de Koudekerkse gemeente in diverse ambten, zoals gemeenteraadslid, gemeenteontvanger en poldermeester. Na zijn vertrek uit Koudekerk in 1847 vestigt hij zich in Leiden. Als tabakshandelaar overspeelt hij zijn hand en wordt in 1850 failliet verklaard in een juridische zaak die meer dan 10 jaar duurde. Bij zijn overlijden in 1861 was hij gemeenteambtenaar in Leiden. De afbeelding is een miniatuurportret van ca. 7 x 6 cm. Het laat een jonge Jan George zien aan het begin van de 19de eeuw.

Oudheidkamer weg, reizende exposities 

21 dec 2015 - De Kou­de­kerk­se oud­heid­ka­mer is gesloten. Het His­to­risch Ge­noot­schap Kou­de­kerk gooit het over een an­de­re boeg, met rei­zen­de ten­toon­stel­lin­gen en le­zin­gen. De slui­ting van de oud­heid­ka­mer heeft te ma­ken met plan­nen voor het ge­bied rond­om Dorps­straat 55, waar het ge­noot­schap nu ze­telt. Op die plek komt een ker­ke­lijk cen­trum en ap­par­te­men­ten. Dorps­straat 55 wordt ge­sloopt en er komt nieuw­bouw voor te­rug in de stijl van het hui­di­ge pand. ,,Die ge­dwon­gen ver­hui­zing was voor ons aan­lei­ding om ons te be­zin­nen op de toe­komst'', zegt voor­zit­ter Al­bert Dor­re­s­tein van het ge­noot­schap. ,,We zijn tot de con­clu­sie ge­ko­men dat we geen an­der pand wil­len.’’ De spul­len uit de oud­heid­ka­mer ver­hui­zen naar de kel­der van uit­vaart­cen­trum De Waard aan Eu­ro­pas­in­gel. De ko­men­de tijd wil het ge­noot­schap meer op pad gaan, met bij­voor­beeld tij­de­lij­ke ten­toon­stel­lin­gen in be­drijfs­ruim­ten of ver­e­ni­gings­ge­bou­wen. Be­drij­ven en ver­e­ni­gin­gen kun­nen voort­aan op aan­vraag een ex­po­si­tie krij­gen. Dor­re­s­tein: ,,We za­ten in de Dorps­straat wel op een mooi cen­traal punt met onze oud­heid­ka­mer, maar we had­den wei­nig be­zoe­kers. Het kwam re­gel­ma­tig voor dat op een mid­dag maar twee be­zoe­kers bin­nen kwa­men. Dan be­gin je je toch af te vra­gen of dat wel zin­vol is.’’ Het his­to­risch ge­noot­schap wil daar­om 'vraag­ge­rich­ter' gaan wer­ken. ,,We gaan meer naar de men­sen toe. Als ik een gast­les op een school geef, be­reik ik in één uur der­tig kin­de­ren.’’ Bron LD, Erna Straatsma

Agenda eendaags

Vervlogen, verlandt en verdampt: eendenkooien in Koudekerk 

22 apr 2024 - Vroeger waren er geen grote veestapels die grote aantallen mensenmonden konden vullen. Als een boer in de 17de eeuw tien tot vijftien koeien had, gold hij als zeer vermogend en dat waren de uitzonderingen. Voor een stukje vlees op het bord waren onze voorouders aangewezen op eendenbout. Die werd gevangen in eendenkooien. Het was een vijver of een rechthoekige plas met vaak meerdere zijsloten (vangpijpen) die in een bocht steeds smaller het land inliepen en uitmonden in een vanghokje. Eromheen stond een bos: dat gaf de eenden een bedrieglijk gevoel van rust en veiligheid. In de omgeving van Koudekerk waren eendenkooien vroeger een algemeen bekend verschijnsel. Inwoners van Koudekerk waren kooiker of deden dit erbij naast het boerenbedrijf. Sommige eendenkooien bestonden ruim een eeuw of langer. De eendenkooi van Claes Claeszoon, alias Claes Baenen uit Koudekerk, zien we bijvoorbeeld in 1561 voor het eerst in de bronnen terug. Vervolgens kunnen we de kooi volgen tot halverwege de 17de eeuw. Tegelijk riepen eendenkooien ook weerstand op. Toen een edelman rond 1550 in de Lagewaardse polder een eendenkooi wilde oprichten, deden de inwoners van het dorp met succes hun beklag bij het Hoogheemraadschap: kooikers staken daarom zonder overleg dijken door, eenden stroopten het land af en ruiineerden zo de oogst! De eendenkooien die nog bestaan, zijn een onderdeel van ons nationale erfgoed. Vanuit ecologisch perspectief zijn ze waardevol en ook voor genealogen is het interessant om onze kennis van kooikerfamilies te vergroten. Tegelijk is het een mysterieus fenomeen en bij het grote publiek is er weinig over bekend. Eeuwenlang vormden eendenkooien een vast element in het landschap rond Koudekerk. Wat weten we van de Koudekerkse eendenkooien en de kooikers? Die vraag loopt als een rode draad door de lezing. De lezing begint om 20:00 uur en vindt plaats in Onder Dak naast de Brugkerk, gelegen aan de Dorpsstraat 55. HGK-leden hebben gratis entree, niet-leden betalen 5 euro.  

Agenda meerdaags

Geen meerdaagse items in de agenda.