Rijnlandgeschiedenis.nl gebruikt cookies om bezoek te meten en om het voor bezoekers mogelijk te maken informatie op deze website te delen via social media. Door verder gebruik te maken van deze website ga je hiermee akkoord.

Accepteer cookies
Menu
Rijnlandse Geschiedenis streeft naar meer historische samenhang en kennisuitwisseling in de regio.

Nieuws

Rijnlandse Geschiedenis viert verjaardag met wedstrijd 

11 jul 2024 - De tijd vliegt. Een cliché, maar geen onware vaststelling. Geschiedenis ligt overal, altijd voor het oprapen, maar dat - dat oprapen - moet iemand dan wel doen. Vandaar onze Jubileumwedstrijd, waarin wij u uitdagen om over de geschiedenis van onze regio een opstel of andere 'productie' in te sturen en zo kans te maken op een prijs van € 500. Vier oprapers gingen u al voor, maar er kunnen er nog wel een paar bij. Wat vragen wij van u? Uw bijdrage dient te voldoen aan tenminste de volgende criteria: Zij heeft betrekking op Rijnland, dat wil zeggen dat de historische productie een plaats heeft in een ruimer verband dan één stad, dorp of streek; De bijdrage is origineel en niet eerder ingezonden voor een prijs of een competitie; Producties zijn geschreven in begrijpelijk en prettig leesbaar Nederlands op basis van betrouwbaarheid en kennis van zaken; De bijdrage is gepubliceerd/gereed in 2023 tot en met juli 2024; Zowel (aanstaande) professionals als amateurhistorici worden uitgenodigd mee te dingen; Onder productie wordt tevens verstaan een podcast of een serie podcasts; Er is geen beperking in lengte; Het winnende 'product' wordt gepubliceerd in de rubriek Artikelen van de website van Rijnlandse Geschiedenis. De sluitingstermijn voor het inzenden van uw productie is 1 september 2024 Op 16 november op het Jubileumfeest in Archeon wordt de prijswinnende productie bekend gemaakt. Inzendingen aan: lustrum2024@rijnlandgeschiedenis.nl

Regenwaterkelders in Rijnland? 

16 jun 2024 - Nu we steeds vaker zeer droge zomers krijgen (hoewel soms ook heel natte!), krijgt een nieuw historisch onderwerp een actuele lading. Hoe voorzag men zich vroeger van drinkwater? En dan bedoelen we met vroeger, vóór de tijd van de drinkwaterleiding, die in de meeste dorpen pas op zijn vroegst eind negentiende eeuw aangelegd werd. Het onderzoek van Petra van Dam en haar medewerkers aan de Vrije Universiteit wijst uit, dat huizen wat dit betreft behoorlijk autonoom waren. In  de steden hadden heel wat huizen een goede opslag voor neerslag in containers, de zogenaamde regenbakken of waterkelders. In Amsterdam bijvoorbeeld zijn er al ruim 3500 kleine regenbakken van 1-3 m3 teruggevonden in belastingregisters die voor middenklassehuizen, onder de stoep, gebouwd werden. Veel grotere, heuse waterkelders van tienduizenden liters water, waarin je zelfs kon rondlopen,  werden aangelegd door de bewoners van grote huizen langs de voorname grachten, soms onder hun huis, maar ook vaak in de tuin erachter. De neerslag werd opgevangen op het dak en via de regenpijp en andere pijpen naar de kelder gevoerd. De toegang tot het reservoir was vaak heel simpel:  een emmertje aan een touw. Een duurdere oplossing was een pomp, dat was veel handiger. Het water bleef beter schoon en niemand kon erin vallen. De  waterreservoirs vonden vanaf 1550 ingang en deden dienst tot ver in de negentiende eeuw.  Wateropvangsystemen zijn inmiddels niet alleen in de kustvlakte gevonden (Groningen, Leeuwarden, Alkmaar, Medemblik, Enkhuizen, Hoorn, Leiden, Gouda), maar ook in de IJsselsteden (Zutphen, Deventer) en in Roermond. Het onderzoek naar de waterkelders heeft zich beperkt tot de steden van de Republiek uit praktische overwegingen. Maar de vraag is natuurlijk, wat gebeurde er op het platteland? Hadden de huizen in de dorpen ook waterkelders en wat was de situatie bij de boerderijen? Op een van de eilanden in de Kagerplassen ontdekte Petra van Dam recent een boerderij met waterkelder. Het water was speciaal voor de stal waar de kalfjes stonden volgens de eigenaar van de boerderij. De volwassen koeien dronken  gewoon uit de plas of de sloot. In het Openluchtmuseum in Arnhem staan boerderijen met waterkelders uit Groningen, Friesland en Noord-Holland. Hoe was het in Rijnland? Wie heeft een onderzoek over dit onderwerp en zou het op deze website willen publiceren? Tip: vaak zijn de kelders het gemakkelijkst te vinden op plattegronden van gebouwen. Website van het onderzoeksproject: Omgaan met droogte – Een NWO-onderzoeksproject over de geschiedenis van drinkwater (wordpress.com) Foto: Toegang tot waterkelder in een huis op Marken, Zuiderzee museum. Foto: P. V. Dam.

Veertig jaar geleden bezocht H.K.H. Prinses Margriet Alphen aan den Rijn 

13 mei 2024 - Veertig jaar geleden, 11 mei 1984,  bezocht H.K.H. Prinses Margriet der Nederlanden Alphen aan den Rijn op verzoek Stichting Forum Romanum Albanianum - Oprichters Ing. Jan J. de Back en Architect Latief Perotti.   Heden, veertig jaar geleden kwam Prinses Margriet als Beschermvrouwe van de Scheepvaart naar Alphen om een model van het grootste gevonden “Zwammerdamschip” (1974)  in de Adventskerk te overhandigen aan de Italiaanse ambassadeur in Nederland, de heer dr. E.M. Bolasco. Op 12 juli heeft een Alphense Delegatie voor Economie en Cultuur onder leiding van Burgmeester Martien Paats, het scheepsmodel, vervaardigd door G.IJzereef Sr., namens de Stichting uitgereikt aan Prof.dr. Valnea Scrinari, Directeur van het Scheepvaart Museum Fiumicino te Rome. Tot grote verrassing van de Italianen had de Alphense Delegatie 250 Gerbera’s uit Boskoop als reclamestunt meegenomen.     De Stichting Forum Romanum Albanianum, die tot doel had om geld te genereren voor de bouw van een Scheepvaartmuseum voor de zgn. Zwammerdamschepen, werd in 1988 ter vergroting van de slagkracht samengevoegd met een aantal gelijksoortige Archeologische Stichtingen, die uiteindelijk Stichting Archeon vormden. Anno 2024 zijn een aantal Zwammerdamschepen geassembleerd en deels gereconstrueerd.   De bouw van een Scheepvaartmuseum, de plaats ervan en kosten,  is gezien het accent op het belangrijkste deel van  de Romeinse historie  in de provincie Zuid Holland, politiek gesproken nog een open vraag. 

50 jarig Jubileum Actie Red Romeins Schip Zwammerdam 

29 jan 2024 - 11 januari 2024, is het 50 jaar geleden dat de Stichting “Actie Red Romeins Schip Zwammerdam”werd geïnitieerd door Architect Latief Perotti te Alphen aan den Rijn. Stichtingsvoorzitter Perotti werd bijgestaan door de plaatselijke Notaris mr. Arnold van der Veen Meerstadt als Penningmeester. Mevrouw Diny Perotti voerde het Secretariaat. De zonen Aldo en Remo Perotti staken het lontje aan “Pap, als niemand die schepen eruit haalt, dan doe jij dat toch?" Doel van de Actie was om aangetroffen schepen uit de Romeinse tijd van ondergang te redden. Daartoe moest geld ingezameld worden voor de aanleg van een damwand, in eerste instantie rondom een 34 meter lange platbodem vrachtschip uit de Romeinse tijd.  Dat Schip bleek deel van een Romeins Scheepskerkhof dat tijdens  bouwwerkzaamheden op een diepte  van ± 6 meter onder het maaiveld werd aangetroffen op het terrein van de toenmalige “Hooge Burch” (heden Ipse de Bruggen) te Zwammerdam, Gemeente Alphen aan den Rijn.   Probleem bleek het ontbreken van financiële middelen bij de aansprakelijke overheidsorganen. Dat stelde de opgravingsleider Prof. dr. W. Glasbergen (19230724-19790406) van het Instituut voor Prae- en Proto Historie I.P.P. van de Universiteit van Amsterdam voor een dilemma. Normaliter werden uitsluitend gegevens genoteerd en de kuil weer dichtgegooid. In dit geval betrof het een “gaaf” schip. In de grond laten zitten en laten  doorklieven met heipalen was geen optie. De hoogleraar beklaagde zich hierover in de Pers. Architect Latief Perotti reageerde adequaat en vond de hoogleraar aan zijn zijde om een actie te starten tot behoud van het Romeinse Schip. De aannemer berekende de kosten voor de damwand op fl. 250.000,-. Op 24 januari en 29 maart 1974 bezocht H.M. Koningin Juliana de vindplaats. De Herald Tribune, Paris match, New York Times, Frankfurter Algemeine etc. besteedden aandacht aan de actie, die fl. 280.000,- opbracht. Uit alle lagen van de Nederlandse bevolking kwam financiële steun, zowel van het bedrijfsleven, service clubs, verenigingen als talloze lagere en hogere scholen, alsmede universiteiten. Niet te vergeten de vele particulieren, waaronder bijvoorbeeld Hervormd Predikant Ds. A.J.Plug uit Venlo !  Meerdere schepen werden in Zwammerdam aangetroffen en geborgen. Deze werden in het Museum Ketelhaven geconserveerd gedurende bijna vijftig jaren in een vloeistof van polyethyleenglycol.  De conclusie mag zijn dat  de “Actie Red Romeins Schip” een grandioos succes is geweest en een langdurig na-ijl effect heeft gehad. a. De archeologie als wetenschap, stond zeer ver af van het volk en werd door de actie, tot groot verdriet van een zekere incrowd, gepopulariseerd en kwam bij  brede lagen van de bevolking in de belangstelling; b. Op de verschillende  overheidsniveau’s  in de begroting met archeologie rekening werd gehouden; c. De actie onmiskenbaar invloed heeft gehad op de belangstelling voor aanliggende wetenschappen. Bij veel mensen werd het zelfbewustzijn door het inzicht in eigen historische kaders, geactiveerd.  In 1984 werd door Ing. Jan J. de Back, Plv. Directeur Openbare Werken en Architect Latief Perotti, de Stichting Forum Romanum Albanianum opgericht met als doel een museum te bouwen voor de  Zwammerdamschepen. Het financiële draagvlak hiertoe werd vergroot door fusies met gelijksoortige stichtingen met een experimenteel karakter. Hieruit groeide het initiatief tot Archeologisch Themapark Archeon, heden Museumpark Archeon.  Op 31 maart 1994 werd de poort tot Archeon geopend. Na enige aanloopproblemen in de beginfase heeft het Museumpark Archeon in de Familie Jack en Monique Veldman een stel voortreffelijke uitbaters gevonden. Zij hebben het Museumpark Archeon in brede lagen van de Nederlandse en Belgische bevolking in het bijzonder populair gemaakt. Een Algemeen Romeins museum werd bereikbaar door de inzet van wethouder Robert Jan Blom, die hiervoor op 18 oktober 2009 de eerste paal sloeg. Archeon is niet meer weg te denken uit Alphen aan den rijn.   Heden liggen de resten van de Zwammerdamschepen in het Museumpark Archeon om op deskundige wijze door een groot aantal deskundige vrijwilligers geassembleerd  te worden, onder leiding van de Archeoloog drs. Yardeni Vorst, Antoine Boerman, Arie Streefland, Arie van der Graaf,  Nigrum Pullum (Leen van Zwieten), e.a. Evaluatie van de resultaten zou waardevolle aanvullingen kunnen opleveren bij de Dissertatie van Dr. Maarten D. de Weerd “Schepen voor Zwammerdam”- 1988. Ondanks Provinciaal Romeins historische concurrentie met Valkenburg, Leiden, Katwijk, Velzen en Utrecht is de stemming in  Alphen aan den Rijn optimistisch, omtrent vestiging scheepsdepot en scheepvaartmuseum alhier.    

Agenda eendaags

Geen eendaagse items in de agenda.

Agenda meerdaags

Geen meerdaagse items in de agenda.

Artikelen

Het 'Olga'-gebouw en de regionale kalkzandsteenindustrie

5 sep 2023 - Het Leidse 'Olga'-complex, een bedrijfsverzamelgebouw, is eigenlijk een kalkzandsteenfabriek uit 1913-1914. Het is de tweede in deze regio. De eerste was de Arnout in Hillegom, uit 1904. Verbindend figuur is Ing. Dr. J.A. van Herwaarden. Als jongeling begon hij bij de Arnout. In 1919 werd hij directeur van de Leidse kalkzandsteenfabriek. Vervolgens zette hij in 1924 in Katwijk een nieuwe fabriek op. Na de Tweede Wereldoorlog nam hij het Hillegomse bedrijf over. Van Herwaardens bedrijf werd de grootste kalkzandsteenindustrie ter wereld. De Leidse onderneming was daar niet tegen opgewassen en sloot. Later werd ook de Katwijkse fabriek afgestoten. Die in Hillegom werd stevig gemoderniseerd en functioneert nog steeds, als onderdeel van een multinational. Van de oorspronkelijke fabriek is weinig over. De oprichting van de Leidse kalkzandsteenfabriek past binnen de geschiedenis van de Rijn als industriële zone. De opkomst van de Arnout is verbonden met de ontwikkeling van de bollencultuur: de afgegraven gronden waren daar uitstekend voor geschikt. Later ging men dieper zand opzuigen. Daardoor ontstonden in de regio diverse (recreatie-)plassen. Het Leidse fabrieksgebouw bood vanaf 1950 onderdak aan andere bedrijven: Smit Rontgen en de Olga-matrassenfabriek. Hun verhaal illustreert hoe Leiden haar industrie verloor. In 1982-1983 werd het een bedrijfsverzamelgebouw voor startende ondernemers, een 'broedplaats', waarschijnlijk de eerste van Nederland. Een bijzondere rol dus voor het gebouw dat de laatste herkenbare herinnering is aan het begin van de regionale kalkzandsteenindustrie.

Rijnland onbegrensd: watergrenzen en kennisgrenzen

25 mei 2023 - In 1202 sloten de bisschop van Utrecht en de graaf van Holland een verdrag dat een waterstaatkundig grensconflict regelde. Een dam in de Rijn bij Zwammerdam werd verwijderd en er kwamen drie weteringen om het overvloedig uit Utrecht afkomstige Rijnwater af te voeren. Bemiddelaar was de hertog van Brabant, die indertijd ook in Holland zijn macht ligt gelden. Hij had niet alleen waterstaatkundige, maar ook handels- en politieke belangen bij deze oplossing. Met dit verdrag als vertrekpunt beschrijft Petra van Dam de rol die grenzen spelen bij het waterbeheer. Het gaat om een inleiding bij een themanummer van het Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis uit 2003. Van Dam gebruikt daarvoor de geschiedenis van het Hoogheemraadschap Rijnland, van de middeleeuwen tot de huidige tijd. Ze maakt duidelijk dat niet alleen de natuurlijke grenzen - de landscheidingen - van groot belang zijn, maar ook de politiek-bestuurlijke. De problemen rond Zwammerdam en Woerden waren extra moeilijk doordat deze staatkundige grenzen overschreden. Binnen Holland was doorgaans een oplossing makkelijker te vinden. Ze beschrijft onder meer de relatie met Delfland. Om het water effectief te beheren, is kennis nodig, en ook daaraan zitten grenzen. Zij beschrijft hoe Rijnland bezig is geweest zich die nodige kennis eigen te maken. En met veel succes, bleek bijvoorbeeld bij de drooglegging van de Haarlemmermeer. Het verdrag van 1202 was een mijlpaal in de ontwikkeling naar een hoogheemraadschap. De geschiedenis van het Rijnlandse waterbeheer begint natuurlijk eerder, bij de ontginningen. Sindsdien moesten bewoners samenwerken om het water te beheersen. Maar hoe die samenwerking er precies uitzag, is (en blijft?) onduidelijk. Ook de geschiedwetenschap heeft haar grenzen.