Padvinderij en scouting in voormalig Alkemade

In de voormalige gemeente Alkemade ontstonden na de Tweede Wereldoorlog verschillende scoutinggroepen. In Roelofarendsveen werd in 1925 de jeugdvereniging St. Josephs Gezellen opgericht, waar jongens samenkwamen voor ontspanning en activiteiten. Tijdens de Duitse bezetting werd scouting verboden, maar na 1945 werden in dorpen zoals Rijpwetering, Oud Ade en Oude Wetering opnieuw groepen opgericht. In Rijpwetering en Oud Ade ontstond de Pastoor van der Plaatgroep met verkenners, zeeverkenners en gidsen. In Oude Wetering werd de St. Jacobusgroep opgericht, die activiteiten organiseerde zoals kamperen, sport en buitenactiviteiten. In Roelofarendsveen bestonden daarnaast Gidsen- en kaboutergroepen voor meisjes en de Rakkers voor jongens. De jeugdverenigingen organiseerden wekelijkse bijeenkomsten, speurtochten, kampvuren en zomerkampen. In de jaren zeventig nam de belangstelling voor sommige groepen af. Sommige verenigingen gingen samen of verdwenen. Later ontstonden nieuwe jeugdorganisaties, zoals Ranonkel en Stichting Jouw Alkemade, die activiteiten voor jongeren bleven ondersteunen.


Vereniging: Stichting Oud Alkemade
Auteur: Sjaak Bouwmeester
Oorspronkelijke publicatie: Alkmadders 156, december 2021

Kasteel Rosenburg te Voorschoten

Rosenburg werd voor het eerst in 1285 als munitionis vermeld, een zwaar verdedigbaar kasteel, en was toen gedeeld eigendom van graaf Floris V en Dirk II van Wassenaer. In de jaren daarna werd Rosenburg eigendom van een jongere tak van de Van Wassenaers. In 1351 werd Rosenburg door graaf Willem V belegerd en vermoedelijk ook afgebroken. Daarna werd Rosenburg het eigendom van diverse rijke burgers. Een ingemetselde steen vermeldde dat Rosenburg in 1573 door Leidse burgers was vernield en in 1607 werd hersteld door zijn nieuwe eigenaar Adriaan van Ylem. In 1657 kreeg eigenaar Jacobus Maestertius flinke ruzie met ambachtsheer Arent VIII van Duivenvoirde omdat hij Rosenburg ridderhuyse had genoemd. In 1707 wordt admiraal Jan Gerrit van Wassenaer eigenaar van Rosenburg. Hij gaat over tot complete herbouw. In de periode 1711 - 1714 overlijden echter zijn echtgenote en drie kinderen; alleen zijn oudste kind blijft in leven. Jan Gerrit raakte hierdoor in ‘grote malaise’ en werd een veelvraat met als gevolg hevige pijnen. In de nacht van 29 oktober 1723 werd de beroemde medicus Boerhaave opgeroepen; hij constateerde een gescheurde slokdarm. De volgende dag overleed Jan Gerrit. De erfgenamen lieten daarop de nog nieuwe buitenplaats tot de grond toe afbreken. Tegenwoordig is op het terrein een kinderboerderij gehuisvest. Noot: Eerder verscheen op onze website 'Een vergeten stukje Rosenburg' dat gaat over de gevelsteen op een Heerenhuis in Katwijk.


Vereniging: Derden
Auteur: Piet van der Plas

De Leidse vrouwenbeweging en de regio

In dit artikel belicht Agnes van Steen meerdere vrouwen uit de omgeving van Leiden die betrokken waren bij de Leidse vrouwenbeweging. Zij baseert zich daarvoor op haar promotieonderzoek – waarvan in november 2025 een handelseditie is verschenen – met de titel: Van liefdadigheid naar abortusstrijd. Leidse vrouwen en de Nederlandse vrouwenbeweging van 1860 tot 1990. Hierin valt te lezen hoe de Leidse vrouwenbeweging – als onderdeel van een landelijke beweging – zich over een periode van 130 jaar ontwikkelde. Het gaat om diverse organisaties die voor verschillende vrouwenrechten streden en aanverwante verenigingen. Centraal staan de Leidse vrouwen die actief waren en ook de rol van de Universiteit Leiden in de emancipatiestrijd wordt belicht. Bij ‘Leidse’ vrouwen valt echter een kanttekening te plaatsen: vaak strekten de Leidse afdelingen van organisaties zich uit tot omliggende gemeentes, zoals Oegstgeest. Dit betekent dat ook vrouwen uit die gemeentes een rol speelden in de Leidse vrouwenbeweging.


Vereniging: Derden
Auteur: Agnes van Steen
Oorspronkelijke publicatie: Van liefdadigheid naar abortusstrijd. Leidse vrouwen en de Nederlandse vrouwenbeweging van 1860-1990.

Een trekvaart door Alkemade? Plannen voor een verbinding Leiden-Haarlemmermeer

De Leidse stadsarchitect Salomon van der Paauw maakte in 1853 en 1854 plannen voor een trekvaart van Leiden naar de net drooggevallen Haarlemmermeer. De gemeente Leiden wilde daarmee grip krijgen op de markt voor landbouwproducten. De vaart was dus niet bedoeld voor personenvervoer. Het was desondanks een vreemd initiatief: het railvervoer was al in 1839 opgekomen.


Vereniging: Stichting Oud Alkemade
Auteur: Alfred Bakker
Oorspronkelijke publicatie: Alkmadders nr. 157, jrg. 40, maart 2022, pp. 13-17

Dirk van Alkemade en het Huys te Zassenem. (Ter Leede)

De tot nu toe gepubliceerde en tevens zeer uiteenlopende genealogieën van het geslacht Alkemade hebben in het verleden de nodige pennen in beweging gebracht, maar hebben geen eenduidige verklaring teweeg kunnen brengen. Lees hoe de van oorsprong veldnaam Alkemade overgaat naar het geslacht van die naam. Ervaar de locatie van deze oorspronkelijke Alkemade, de verklaring van de naam en de verdere lotgevallen van de familie. De eerste aanwijsbare Dirk van Alkemade die we in de geschriften tegenkomen geeft, vóór oktober 1206, tegen een terugbetaling van 10 pond, het in Noordwijk gelegen tiendblok ‘Alkemade’ terug aan de abdij van Egmond. ‘In Noirtiche partem decime, redemit (redemit = ingewisseld) a Theoderico de Alkmade, decem Libris (10 pond).


Vereniging: Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Rijnland en Kennemerland
Auteur: Aad van der Geest
Oorspronkelijke publicatie: Genealogieen en verhalen van Rijnlandse en Kennemerlandse voorouders. Jubileumboek deel 2 (2025)

Rijnlandse ontginningen op hoogveen of laagveen

Lang gold het idee dat de middeleeuwse ontginningen in Rijnland plaatsvonden op grote hoogveenkoepels, geschikt voor landbouw en turfwinning. Dik Parlevliet toont echter aan dat dit beeld grotendeels op aannames berust. Historische en archeologische gegevens wijzen erop dat de eerste ontginningen begonnen langs Rijnoevers en kreken, en zich uitbreidden naar laagveen- en bosveengebieden. Dit land was vruchtbaar en bruikbaar voor graanteelt, terwijl hoogveen zuur en ongeschikt was. Methoden om hoogveen te verbeteren waren in de Middeleeuwen nauwelijks uitvoerbaar. Turfwinning groeide wel in belang, gedreven door de vraag naar brandstof. Bronnen uit de 14e en 15e eeuw tonen bovendien aan dat op veengrond nog rogge en gerst werd verbouwd. Natuurlijke processen, zoals de afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede, vergemakkelijkten de ontwatering. Parlevliet concludeert dan ook dat de Rijnlandse ontginningen grotendeels plaatsvonden op laagveen, en dat het beeld van één uitgestrekt hoogveenmassief moet worden herzien.


Vereniging: Stichting Historische Publicaties Holland-Rijnland
Auteur: Dik Parlevliet
Oorspronkelijke publicatie: www.historievankatwijk.nl, mei 2003

De geschiedenis van het huis Adegeest in Voorschoten.

Het huis Adegeest dateert uit de dertiende eeuw en was toen eigendom van het geslacht Van Wassenaer. Misschien is Adegeest nog ouder maar daarvan zijn geen gegevens bekend. Na 1395 had het geslacht Van den Bosch Adegeest in leen van de graven van Holland. Tijdens het beleg van Leiden in 1573/1574 is Adegeest vermoedelijk verbrand. In 1672 kreeg Johan van der Meer Adegeest in vrij eigendom en kreeg hij het recht om bij Adegeest twee zwanen te houden. Johan bouwde een nieuwe buitenplaats op de plaats van de middeleeuwse boerderij en liet op enige afstand van de buitenplaats een nieuwe boerderij bouwen. In 1863 is de buitenplaats afgebroken. Nabij de buitenplaats stond een boerderij die nog steeds bestaat. In 1961 werd Adegeest door de gemeente onteigend en werden er ongeveer 1300 huizen in de nieuwe wijk Adegeest gebouwd.


Vereniging: Derden
Auteur: Piet van der Plas

‘Kniertje in Opstand’.

Sjaak van der Velden beschrijft hoe in februari 1990 een vijftigtal vrouwen in staking gingen bij het Katwijkse bedrijf Ouwehand. Zij waren hun tweederangspositie als visverwerkers meer dan zat. Zij waren oproepkrachten en vreesden door uitzendkrachten vervangen te worden. Zij wilden gewoon een vast contract en binnen de CAO vallen. Daarnaast waren er nog heel wat andere klachten. De staking werd indertijd geschetst als een spontane actie. Van der Velden laat echter zien dat de Dienstenbond FNV een belangrijke rol speelde. De Katwijkse ‘Kniertjes’ namen wel het initiatief, overigens na een lange voorgeschiedenis. Steunde de FNV de staking, het CNV – de grootste bond bij Ouwehand – deed dat niet. Andere arbeiders lieten zich dan ook makkelijk door de directie opjutten tegen de staaksters. Van der Velden laat zien hoe het eraan toeging bij deze (kleine) staking met bijeenkomsten in de Ontmoetingkerk, eigen stakersliedjes en het bewerken van de pers. Uiteindelijk wonnen de vrouwen. Na een week verklaarde de directie dat de CAO 1990 ook op hen van toepassing zou zijn. Op 16 maart vierden de vrouwen daarom feest. Voor de vrouw die voorop ging kreeg het gebeuren later echter een nare nasmaak. Zij werd ontslagen omdat ze te negatief over de producten van Ouwehand had gesproken in een interview.


Vereniging: Derden
Auteur: Sjaak van der Velden

Op weg naar de Corbulotunnel

De komst van de automobiel ruim een eeuw geleden bracht grote veranderingen aan het wegennet met zich mee. Aanpassingen die niet direct en niet zonder slag of stoot zijn gerealiseerd. In onze omgeving kwam er een nieuwe weg door de Haarlemmermeer langs Schiphol, Rijksweg 4, nu A44. Nog voor de Tweede Wereldoorlog waren er ook plannen voor de 4a langs de oostkant van Leiden en om beide wegen met tunnels te verbinden. Deze, nu de A4, werd pas in 1968 voltooid. De toen al gewenste verbinding tussen beide rijkswegen kwam pas in 2024 tot stand. In het rijk geïllustreerde artikel staan de vele hobbels beschreven die genomen moesten worden om zo ver te komen. Een proces waarin mejuffrouw Begeer van de Zilverfabriek in Voorschoten een markante rol speelde. Bijna een eeuw na de eerste initiatieven kon de Corbulotunnel in de Rijnlandroute, de N434, geopend kon worden. De verbinding tussen A4 en A44 en daarmee de ontsluiting van het zuidelijk deel van de Duin- en Bollenstreek is daarmee een feit.


Vereniging: Stichting Oud Zoeterwoude
Auteur: Jan van Gent
Oorspronkelijke publicatie: Suetan nr 215, maart 2025

De andere kant van het verleden van Rijnland. Een schets van verbindingen met kolonialisme en slavernij.

Ramackers plaatst de slavernij in het bredere kader van kolonialisme. Daardoor komen niet alleen de WIC en 'de West' aan de orde, maar ook de VOC en 'de Oost', zoals ook in het Leidse (voor)onderzoek gebeurde. Dat de Leidse verbindingen veel sterker bleken dan menigeen dacht, is eigenlijk niet vreemd voor een stad die bestuurders leverde voor WIC en VOC. Maar er zijn ook verbindingen met Rijnland. Zo zijn enkele van de vroegste investeerders in de WIC te vinden in Koudekerk en Warmond, dragen plantages en forten namen als Katwijk en Noordwijk, is er een VOC-schip met de naam Keukenhof en is het buiten Berbice in Voorschoten vernoemd naar de plantagekolonie waar de eigenaren hun fortuin vergaarden. Interessant is ook dat ruim 13.000 Rijnlanders in VOC-dienst zijn gegaan. Weliswaar kwamen er 10.000 uit Leiden, maar de rest uit alle Rijnlandse plaatsen, met Katwijk (555), Alphen aan den Rijn (356) en Noordwijk (264) als belangrijkste. De koloniale wereld met haar slavernij was misschien helemaal niet zo ver weg. Ramackers eindigt met de Indonesische Onafhankelijkheidstrijd (spotlight op Leiden en Leiderdorp) en de (her)ontdekking in de Leidse UB van de 'Wij slaven van Suriname' van Anton de Kom. Het artikel is een verkenning, stipt veel dingen aan en stimuleert hopelijk tot verder onderzoek.


Vereniging: Stichting Historische Publicaties Holland-Rijnland
Auteur: Sjoerd Ramackers
Oorspronkelijke publicatie: www.rijnlandgeschiedenis.nl

Water, Wind en Wieken - De molenviergang van Aarlanderveen

Deze publicatie geeft een blik in het verleden van de molenviergang, die ruim twee eeuwen geleden ontstond. Behalve aandacht voor de molenviergang komt ook de geschiedenis van de polder zelf aan de orde waaraan de molenviergang immers zijn ontstaan te danken heeft. En uiteraard is er ook ruimte voor het vele werk van de veenlieden en turfarbeiders.


Vereniging: Derden
Auteur: Arjan van ‘t Riet
Oorspronkelijke publicatie: In 2012 uitgegeven door de Stichting Molenviergang Aarlanderveen t.g.v. het vijftigjarig jubileum.

'Een droevig noodlot'

Niet alleen door overstromingen, maar ook door turfwinning zijn eeuwen geleden grote stukken land en ook complete dorpen onder water verdwenen. Dit lot trof bijvoorbeeld het ambacht Schoot, gelegen tussen Ter Aar, Nieuwveen en Zevenhoven. Over het dorp zijn nauwelijks gegevens bekend; het werd op rekeningen van het bisdom Utrecht in 1427-28 vermeld als ‘ambacht Scoet’. Vanaf de 16e eeuw vond hier turfwinning plaats. Door continue afslag van land verdween het ambacht van lieverlee in het water. In het eerste kwart van de 18e eeuw waren er nog maar drie inwoners. Na droogmaking van de Grote Poel aan het eind van de 18e eeuw werden de landerijen verdeeld onder de aangrenzende ambachten.


Vereniging: Derden
Auteur: Arjan van ‘t Riet
Oorspronkelijke publicatie: Tijdschrift Holland, nr. 3 0 2004.

Verlaten en miserabele kinderen in leiden (1581-1593)

Tijdens onderzoek in het oudste Gerechtsdagboek van Leiden (1574–1587) stuitte Hans Endhoven op het opschrift ‘verlaten kinderen’. Dit leidde tot de ontdekking van meer dan zestig schrijnende gevallen van wezen zonder familie of middelen, vaak vluchtelingen. Jan van Hout, stadssecretaris, pleitte voor centralisatie van armenzorg, waarbij de overheid de verantwoordelijkheid droeg. Leiden werd zo toonaangevend in Holland. Ondanks oorlog en armoede wist het stadsbestuur snel en doeltreffend te handelen. Deze vondsten geven een uniek inkijkje in de praktijk van armenzorg en (wees)kinderopvang in een turbulente tijd. Verdere vergelijking met andere steden vraagt nader onderzoek.


Vereniging: Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Rijnland en Kennemerland
Auteur: Hans Endhoven
Oorspronkelijke publicatie: Dit artikel is afkomstig uit het boek: Genealogieën en verhalen van Rijnlandse en Kennemerlandse voorouders.

De belevenissen van vier Leidse weesjongens

Vier jongemannen in de leeftijd van 21-24 jaar lopen op een goede dag weg uit het weeshuis aan de Hooglandsche Kerkgracht in Leiden en belanden op de Goudse kermis. Na van deze korte vrijheid genoten te hebben, beramen ze een plan om dienst te nemen bij de VOC om naar Oost-Indië te aan. Of zij de reis daadwerkelijk hebben kunnen ondernemen leest u in dit artikel.


Vereniging: Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Rijnland en Kennemerland
Auteur: T.M. Prins-de Haan
Oorspronkelijke publicatie: Genealogische bijdragen Leiden en Omgeving, verschenen tussen 1986 en 1996.

Poldernamen

Polders hebben namen, soms afgeleid van molens, de ligging, of het aangrenzende water, maar ze kunnen ook een andere, heel bijzondere oorsprong hebben. In dit artikel wordt de herkomst van de naam van een aantal polders beschreven.


Vereniging: Hoogheemraadschap van Rijnland
Auteur: Karin Liefting

Volgende